Nooit meer nummer 24
Daar zit je dan met een kleine halve eeuw journalistieke ervaring een beetje wezenloos naar een leeg scherm te kijken. Appeltje-eitje zo’n column. Je gaat er even goed voor zitten en een half uurtje later is er weer iets of iemand geknipt en geschoren of de hemel in geprezen. Hoe het uitkomt.
Maar de woorden waren er even niet. Want hier waren geen woorden voor.
‘Hoorn is altijd een feest’, tikte ik een handvol weken geleden nog op toen al die vrijwilligers en sponsors op en rond het ijs van De Westfries weer een onvergetelijke marathonavond hadden georganiseerd.
Deze vrijdagavond was het er drukker dan ooit, maar geen feest en geen gejuich aan het einde van een verschrikkelijke week.
De grote schaatsfamilie zou elkaar natuurlijk een gelukkig nieuwjaar gewenst hebben, maar je gaf niet meer dan een hand of een kus en zweeg er verder veelbetekenend bij.
Daar op het ijs lag in die eenvoudige vurenhouten kist immers iemand van ons, iemand van die grote schaatsfamilie van wie we afscheid kwamen nemen.
Die altijd goedlachse jongen met die wapperende krullen. Die acrobaat op schaatsen en op wieltjes. De broer van die dappere jonge vrouw die daar eenzaam op het ijs een toespraak hield waar het heel, heel stil van werd. We sloten haar in onze harten als een van ons.
Zoals Arie Koops daar stond. Minder als algemeen directeur van de schaatsbond dan als een van ons, van die grote schaatsfamilie: “Nooit meer nummer 24. Dat is van jou en dat blijft van jou, Sjoerd’.
Op zijn laatste ronde over het ijs, waren daar ook de scheidsrechters, die hij met zijn fratsen zo vaak tot wanhoop had gebracht. Maar ze hielden van die lastpost. Klappen hadden ze ook voor hem gedaan, toen op die Oostvaardersplassen. Nu was het anders, voor het laatst.