Het laatste rondje

Willem AmmerlaanDit stukje schrijf ik voor al die mannen en vrouwen in het marathonpeloton die nooit zullen winnen. Die nog nooit op het podium hebben gestaan en waarschijnlijk pas hun eerste boeket bloemen krijgen op de dag dat ze afscheid nemen en voor het peloton uit een laatste ereronde mogen rijden.

Je ziet ze dan vaak een beetje schuchter lachen en aarzelend zwaaien naar het publiek, niet gewend aan de spotlights, niet gewend aan het applaus.

Ik ga dan altijd een beetje achteraf staan, want het is zo’n moment, waarop je met een dikke strot toch liever even alleen bent.

Dat ererondje is voor die schaatsers een soort ultieme beloning voor jarenlange trouw aan het marathonschaatsen, voor onvoorwaardelijk bikkelen.

Alles voor je sport over hebben in de wetenschap dat je waarschijnlijk nooit zult winnen, dat zich nooit verslaggevers om je heen zullen verdringen en dat de koekjesfabriek uit je dorp altijd wel je enige sponsor zal blijven.

Geen vette premies, maar rondrijden voor een pak en een paar schaatsen. Geen blitse leaseauto met het logo van de sponsor en stoer je eigen naam op het portier. Gewoon met je eigen tweedehandsje naar de Weissensee en zelf je benzine betalen.

Maar al die onopvallende, bijna anonieme deelnemers in het peloton zijn de ziel van het marathonschaatsen. Ze zijn het onmisbare decor waartegen de grote mannen van BAM kunnen gloreren. Ze zijn en blijven mijn grote helden.

Willem Ammerlaan