Denkend aan Soemanta

Willem AmmerlaanBij de KNSB hadden ze aan de vooravond van het Olympisch Kwalificatie Toernooi maar weer eens een nieuw begrip uit de hoed getoverd: calamiteit. Volgens Van Dale niets meer en niets minder dan een ‘grote ramp’.

In een klein land is iets al gauw groot, maar wie wel eens een paar kilometer over de grens heeft gekeken, weet dat een ‘grote ramp’  wel voor iets anders staat dan een bijna-botsing tussen twee schaatsende dames op een zaterdagnamiddag in Heerenveen.

En toch mag binnen de betrekkelijke betekenis van sport dat wat Yvonne Nauta op het ijs van Thialf overkwam in haar beleving best een ramp genoemd worden. Door een onbetwiste fout van haar tegenstandster Linda de Vries verspeelde Nauta op de kruising het ticket voor de Olympische spelen. Wat kon de gediskwalificeerde Linda de Vries méér doen dan sorry zeggen en balen? Het woord was ook niet aan De Vries maar aan de KNSB. Vooralsnog niets van dat alles. Iets bedenken, het hard roepen en vervolgens niets doen.

Natuurlijk moet je daar even goed over nadenken, is het geen optie om de uitgeputte Nauta, die tot het gaatje was gegaan, die 3 km over te laten rijden. Maar niks doen, kan dus niet en pas na het OKT uitleggen wat er nu precies met dat woord calamiteit werd bedoeld? Hoe bedenk je het? Yvonne Nauta was zó benadeeld dat ze anders zeker naar een derde plek op die  3000 meter en redelijkerwijs naar dat ticket voor Sotsji was gereden.

Het was zo’n typisch geval van déja vu. Bijna op de dag af een jaar geleden, werd op het kunstijs in Utrecht een ongelukkig vallende Lisanne Soemantha de nationale tiitel bij het marathonschaatsen ontnomen. Simpel, omdat de regels niet deugen, te vaag zijn en de arrogantie van de macht in beton lijkt gegoten.

Willem Ammerlaan