Voor een diepvrieskalkoen
Met mannen als ‘Dolle Dries’ van Wijhe, Co Giling, Jeen van den Berg, Jos Niesten en Henkie Portengen waren wij veertig jaar geleden de uitvinders van het marathonschaatsen. Schaatsers die geen 500 meter in de benen hadden, maar op goed ijs wel honderd rondjes binnen een uur konden rijden. Onze sponsor was de bakker of de groentenboer om de hoek.
We reden voor ingevroren kalkoenen in de Grote Prijs Friki, voor een compleet bankstel of een horloge van juwelier Oosterhof. Bij de prijsuitreiking werd de sponsor altijd door de winnaar bedankt. Het was de tijd dat het publiek op de banken stond voor de zoveelste demarrage van Dries of als het fenomeen Emiel Hopman de rest op vier ronden zette.
De tijd waarin de speaker Jannes Bast als de grote Kampioen van Bunschoten aankondigde. Dat kon ook niet anders, want Bunschoten hàd maar één marathonschaatser.Geen klapschaatsen, geen aeropakken, geen rondjes 29 of 30. De top kon er af en toe een rondje 33 uitpersen en zo gaten in het peloton rijden. Het was leuk, maar wèl behelpen. Een andere tijd.
Anno 2013 rijdt er een peloton strak afgetrainde mannen en vrouwen rond, die ook op de langebaan goed presteren. Marathonschaatsers, die je tegenkomt op alle afstanden, alle toernooien en straks dus ook op de Spelen.
En natuurlijk op de Bonkevaart als op 12 februari de Elfstedentocht gereden wordt met Jorrit Bersma als winnaar. Die dan vervolgens snel afreist naar Sotsji om zijn medaille op de tien kilometer op te halen.